Reisboot
met eigen boot waterwegen verkennen 

Radar: verplicht én verboden

leestijd: 8 minuten

Er wordt in publicaties nogal eens aandacht besteed aan de technische mogelijkheden van de ‘jachtenradar’. Naar schatting 20% van de kajuitzeil- en motorjachten hebben zo’n radar. Het is echter vreemd dat het gebruik van die radar op het ene moment verplicht kan zijn en op een ander moment verboden. Bestaande regels lijken verwarrend en niet meer van deze tijd. Daarom een analyse van het probleem en hoe er achter de schermen aan een oplossing wordt gewerkt.

Ochtendmist in Boulogne

Een artikel vol juridische details over wat wel en niet mag is niet per se verhelderend. Daarom twee praktische voorbeelden die duidelijk maken waar de schoen in de praktijk wringt als het gaat om het hebben van én gebruik maken van een jachtenradar aan boord.

Stelt u zich voor dat U met uw motorboot van 11 meter uit Oostende (B) naar Vlissingen vaart. Mist komt op waardoor het zicht op de Westerschelde gaandeweg slecht wordt. In Vlissingen blijkt het al niet beter te zijn als u daar de haven binnen loopt. U heeft een jachtenradar aan boord en een opleiding van een dag gevolgd om te snappen hoe het allemaal werkt en wat u allemaal ziet op dat beeldscherm. U denkt ‘geen probleem’; ik heb een radar en snap hoe ik er veilig mee kan varen. Vraag: wat mag u volgens de regels met uw radar in dit slechte zicht? 

Het antwoord is dat u op zee en de Westerschelde verplicht bent uw radar op de juiste manier te gebruiken. Op de Westerschelde mag u bij slecht zicht zelfs niet varen zonder radar. Hoe u aan de daarvoor vereiste deskundigheid komt mag u helemaal zelf bepalen. Maar er is een valkuil: als u bij een aanvaring betrokken raakt, dan kunt u veroordeeld worden wanneer blijkt dat u onjuist of summier gebruik van de radar heeft gemaakt. De regels veranderen echter zodra u de haven van Vlissingen binnenloopt. Uw radar gebruiken is daar verboden omdat die haven BPR-gebied is en u daar, in tegenstelling tot de Westerschelde of op zee, niet zelf mag bepalen hoe u aan de deskundigheid komt om de radar te gebruiken. U moet hier over een erkend radardiploma beschikken en dat is het certificaat van uw opleiding niet.

....de praktijk (oktober 2020) 

U denkt: die opleiding die ik gevolgd heb heeft me enorm geholpen bij het varen op radar dus met een beetje doorstuderen en oefenen kan ik dat examen doen voor het erkende radardiploma; probleem opgelost. U vaart nu, gewapend met uw erkende radardiploma, over het Haringvliet bestemming Klundert. Plotseling komt er dichte mist opzetten. U gebruikt dus vol vertrouwen uw jachtenradar en vaart voorzichtig verder zoals u dat geleerd heeft. Vraag: mag dit volgens de regels?

Het antwoord is dat u, ondanks uw erkende radardiploma, op veel binnenlandse vaarwegen, waaronder het Haringvliet, strikt formeel uw jachtenradar niet eens áán mag zetten, ook niet wanneer de zon schijnt en het zicht goed is. Dat komt omdat op die vaarwegen slechts gebruik mag worden gemaakt van een goedgekeurde binnenvaartradar. Jachtenradars zijn wel goedgekeurd maar niet als binnenvaartradar. Bij slecht zicht op het Haringvliet mag u dus uw radar niet gebruiken om erop te varen. 

Radar verboden, misthoorn toegestaan

Gelukkig mag U volgens de regels op veel vaarwegen wél bij slecht zicht een misthoorn gebruiken. Nu denkt u wellicht “het moet niet gekker worden”: wél een misthoorn, geen radar? Troost u zich met de gedachte dat u volgens de regels ook zonder radar of misthoorn verder mag varen op het Haringvliet zolang u dit zonder gevaar kunt doen (en de rechter dat later met u eens is). Zodra u echter van het Haringvliet het Hollandsch Diep op vaart bent u in ieder geval strafbaar want daar geldt de regel dat u alleen verder mag varen met goedgekeurde binnenvaartradar. 

Zijn dit juridische haarkloverijen van theoretici? Want wie zal u op de bon slingeren als u zonder erkend diploma bij stralende zon en blauwe hemel op het Hollandsch Diep of het Haringvliet uw jachtenradar aan zet? Inderdaad: niemand. En bij heel slecht zicht gaat u immers gewoon niet varen of stilliggen op een geschikte plek. Geen probleem toch? Dat is ook nog eens keurig volgens de regels. Komt allemaal mooi uit want nu hoeft u ook niet verder te studeren voor dat erkende radardiploma en u bepaalt als schipper wel of u nog zonder gevaar verder kunt varen; dat doet u tenslotte ook als u uw auto bestuurt. Maar er zit nog een juridisch addertje onder het gras.   

Wat is slecht zicht?

Ditmaal bent U een weekend met de boot weg. Op zondag wilt u terug naar huis varen omdat u en uw partner maandag weer moeten werken en de kinderen naar school moeten. Het weer slaat echter op die zondag om: de lucht trekt behoorlijk dicht en u schat in dat er niet meer dan 200 tot 300 meter zicht is. U vindt dat u ondanks dat verminderde zicht nog zonder gevaar verder kunt varen omdat u het voorzichtig aan doet en alle middelen aan boord heeft om u daarbij te helpen; marifoon, AIS transceiver, goedgekeurde radarreflector en jachtenradar. Ook al heeft u dat erkende radardiploma niet en mag u uw radar officieel niet gebruiken: het helpt u wel en wie ziet dat nu behalve uzelf. Tenslotte overweegt u dat blijven liggen tot maandag tot een kleine ramp zou leiden op het werk en de scholen. 

Op zondagmiddag slaat het weer om…….


U bent een half uurtje onderweg en wordt aangehouden door een ‘handhaver’ die u een bekeuring geeft van € 550,- wegens het niet stil gaan liggen bij slecht zicht. Helder is dat uw idee van gevaar bij slecht zicht en die van de handhaver enigszins uiteen te lopen. U moet dus stil gaan liggen, uw bloeddruk loopt op en de sfeer op de boot wordt er ook niet beter op; weekend verpest en de maandag wordt alsnog een ramp. Bovendien moet u nog maar onder die bekeuring uit zien te komen.

Bij vlagen komt het in de praktijk in allerlei varianten tot dit soort juridische ‘aanvaringen’ tussen handhavers en schippers van kleine schepen. Dat leidt dan steevast tot, begrijpelijke, commotie en onbegrip. 

Hier wreekt zich namelijk dat er geen definitie is van de precieze grens in meters van ‘slecht zicht’. De wetgever heeft dat bewust gedaan omdat die grens geacht wordt afhankelijk te zijn van meerdere factoren zoals het type schip, belading, visueel zicht, snelheid en vaarwegomstandigheden. De handhavers vonden het in de praktijk op deze wijze moeilijk hanteerbaar en hebben dus zelf een precieze richtlijn bedacht die zowel op zesbaksduwvaart als op een ‘jachtje’ van 11 meter van toepassing is. Die zichtgrens wordt o.a. via ‘Varen doe je samen’ naar buiten gebracht. De regel van de handhavers zegt dat u, afhankelijk van de vaarweg, bij een zicht minder dan 1000 of 400 meter stil moet gaan liggen. Als zodanig houdt deze zichtgrens dus geen stand bij de rechter maar het kan zijn dat de optelsom van de genoemde factoren ertoe leidt dat de boete wel degelijk in stand blijft. Hier wreekt zich ook dat u geen, of geen erkend, radardiploma en radarinstallatie heeft. Uw inschatting als schipper dat doorvaren niet gevaarlijk is maakt u omdat u o.a. op radar kunt varen. Voor de handhaver vaart u echter zónder radar. Onze radaropleiding en radar bestaan namelijk juridisch niet op deze vaarwegen. In de praktijk kunnen we dus tegen een bekeuring aanlopen als we niet op zee of de Westerschelde varen (de Waddenzee is geen ‘zee’!). 

4. Schipper moet inschatten of doorvaren zonder gevaar kan

Daar komt bij dat de beroepsvaart op zijn zachtst gezegd niet gelukkig is met ‘jachtjes’ die bij slecht zicht zonder Marifoon, AIS-transceiver of radarreflector onderweg zijn en op korte afstand opdoemen uit de mist. De veiligheid op het water, uw stressniveau en dat van de schipper of kapitein van een groot schip, zijn er dus bij gebaat als u een erkend radardiploma kunt halen voor het gebruik van een te erkennen radarinstallatie. U zult dan ook leren dat het verstandig en soms zelfs verplicht is om ook bij goed zicht de radar te gebruiken.  

Oplossing in zicht?

‘Tja inderdaad een verwarrende toestand; gaan we oplossen’ zei Rijks Water Staat (RWS) voorjaar 2016. Twee jaar later vormden daarom Watersportverbond, KNRM, Kustzeilers, Wadvaarders, KNMC en Toerzeilers een werkgroep om voorstellen te maken voor die oplossing. In het daaropvolgende jaar is in constructief overleg met deskundigen van RWS en binnenvaartorganisatie BLN/Schuttevaer hard gewerkt. Het voorstel is voorjaar 2019, door de gezamenlijke voorzitters/directeuren van de in de werkgroep betrokken organisaties, aangeboden ter behandeling bij het Ministerie van I&W. Het aangeboden voorstel heeft als doel de vaarveiligheid te verbeteren. Het zet in op een erkend radardiploma, toegespitst op de eigenschappen van een -nog goed te keuren- radarinstallatie voor kleine schepen. 

Erkend radardiploma.

Op dit moment kan iedereen die aan de vooropleidingseisen voldoet de bestaande opleiding voor het radarpatent of de zeevaartopleiding radar (STCW radar navigation) volgen en daarna theorie- en praktijkexamen doen. Voor het afnemen van het CBR-praktijkexamen radarpatent zijn op dit moment alleen de simulators bij opleiders NOVA, ROC Friese Poort en STC erkend. Onderwijsgroep Noordwest-Holland biedt de zeevaartopleiding STCW Radar Navigation Operational Level aan die wordt afgesloten met een IMO-examen waarvan het praktijk gedeelte op de (zeevaart-)simulator wordt afgenomen. 

Deze opleidingen duren een volle werkweek. Daarbij wordt uitgegaan van cursisten met ervaring met het besturen van binnenvaart- of grote zeeschepen. De bestaande opleiding gaat dus niet in op het varen met kleine schepen en het type radarinstallatie op die schepen.

Dit sluit niet goed aan bij het gebruik van radar op kleine schepen. Daarom stelt de werkgroep voor om een op kleine schepen toegespitste variant van het bestaande CBR-examen radarpatent te maken. Dat examen behoudt echter hetzelfde niveau en dezelfde onderwerpen als het bestaande examen. Zo zou het voor vrije-tijds schippers aantrekkelijk worden om een meer gerichte, opleiding te volgen. Dit geldt zeker als de opleiding dan ook deels online en buiten werkdagen aangeboden wordt. De werkgroep verwacht dat als het gebruik van de jachtenradar op alle binnenlandse vaarwegen wordt toegestaan het aantal aanbieders van opleidingen zal toenemen. Daarbij denkt de werkgroep ook aan opleiders die al ervaring hebben met de ééndaagse cursus radar voor pleziervaart. Uitgangspunt blijft tenslotte dat de beperking van de radar primair zit in de bekwaamheid van de operator.  

Radarinstallatie  

Maar met de opleiding zijn we er nog niet. Nieuw is dat de werkgroep een speciale radarinstallatie voor kleine schepen opgenomen wil hebben in de regelgeving en dat het toegestaan wordt om die op alle Nederlandse vaarwegen te gebruiken. 

Die radarinstallatie moet o.a. voldoen aan eisen die gesteld worden aan effectief onderscheidingsvermogen ofwel het herkenbaar blijven van de aparte walkanten van een vaarweg binnen een bepaalde afstand. Die eisen mogen echter lager zijn dan de eisen die gelden voor een binnenvaartradar. Dit kan omdat een klein schip veel sneller kan reageren op een situatie dan een gemiddeld groot schip. Tegelijkertijd zijn de eisen wel zo streng dat een schipper van een klein schip op tijd andere (grote)schepen ziet en zijn vaargedrag daarop kan afstemmen. Om schippers van kleine schepen nog beter te laten anticiperen op de bewegingen van andere schepen stelt de werkgroep ook voor dat een AIS-transceiver een verplicht onderdeel is van die radarinstallatie. Zowel het radarbeeld als de AIS-informatie moeten daarom op een (plotter-)scherm zichtbaar zijn. Een marifoon is al verplicht als een radar aan boord is. Een goedgekeurde radarreflector moet ook deel uitmaken van de uitrusting. 

5. Verplicht: scherm met radar- en AIS informatie

Overgang laagdrempelig

De werkgroep is zich ervan bewust dat het halen van een erkend radardiploma in combinatie met een radarinstallatie, die voldoet aan alle eisen een drempel op kan werpen. Als de insteek is om varen veiliger te maken, moet die drempel juist zo laag mogelijk zijn. 

De werkgroep stelt daarom een overgangsbeleid voor, voor radarinstallaties die aan alle eisen voldoen, met uitzondering van de eis gesteld aan het effectief onderscheidingsvermogen. Dit is omdat oudere radars vaak niet aan die eis voldoen. Die installaties mogen dan uitsluitend op ruimere vaarwegen worden gebruikt. Dat is mogelijk zonder dat de veiligheid in het geding komt omdat op die vaarwegen het onderscheidingsvermogen minder kritisch is.  

Aan de voorstellen uit 2019 van de betrokken organisaties is hard gewerkt. Er is goede hoop dat de verantwoordelijke minister de voorstellen overneemt. Het zou de regelgeving niet alleen eenduidiger maken maar ook voor meer veiligheid op het water kunnen zorgen.  

(Bewerking van artikel in Motorboot 1-2021)